De diamant

Bij de rand van het dorp gekomen, was de meester voor de nacht onder een boom gaan zitten toen plotseling een dorpeling kwam aanlopen. ‘De steen, de steen, geef mij die kostbare steen!’ riep de dorpeling. ‘Welke steen?’ vroeg de meester.

‘Gisternacht’ vertelde de dorpeling, ‘zag ik in mijn droom een engel. Die vertelde me dat ik aan de rand van het dorp in het schemerdonker een man zou aantreffen onder een boom. Deze man zou mij een kostbare steen geven, die mij rijk zou maken.’

De meester rommelde in zijn reiszak en haalde er een steen uit. ‘Waarschijnlijk bedoelde de engel deze, ’zei hij terwijl hij de steen aan de dorpeling gaf. ‘Ik heb hem enkele dagen geleden gevonden op een bospad, je mag hem best hebben.

Met open mond keek de man naar de steen: een vuistgrote diamant van onschatbare waarde. Voorzichtig pakte de dorpeling de steen aan en nam hem mee naar zijn huis.

Die nacht kon hij de slaap niet vatten. Hij lag te woelen in zijn bed, want iets zat hem niet lekker; iets wat hem niet met rust liet.

De volgende morgen bij het krieken van de dag, sprong hij uit zijn bed en holde naar de meester bij de boom. Hij gaf hem de diamant terug en zei: ‘Heer, liever dan deze steen wil ik van u leren wat u in staat stelt zo moeiteloos een kostbare steen weg te geven. Dan pas zal ik echt rijk zijn!’

Happinez, 2007

Reacties zijn gesloten.