Interview

Sjoerd Wijma: Blij met verscheidenheid aan kerken

AMERSFOORT – Kerkelijk opbouwwerker Sjoerd Wijma was achttien jaar een bekend gezicht in de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). Hij gaf cursussen, trainingen en adviseerde in gemeenteopbouw- en jeugdwerk. Het klimaat in de kerken veranderde, hijzelf ook.

,,Ik heb altijd een grote hekel aan de Farizeeën gehad. Als kind vond ik het een stelletje schurken, omdat ze het werk van de Here Jezus dwarsboomden. Totdat ik ontdekte dat ik ook zo’n farizeeër was.” Sjoerd Wijma pakt een boek uit een van de houten stellages in de woonkamer. Zijn inzicht kwam na lezing van De farizeeër in de spiegel van de Amerikaan Tom Hovestol. ,,Farizeeërs waren vooringenomen: wat wij doen is het goede. Dat was vaak ook mijn houding, bijvoorbeeld naar de Nederlands Gereformeerde Kerk waarvan mijn ouders lid zijn en waar ze maar één dienst op zondag hielden… Ik wist precies waarom dat niet goed was, zonder erop te letten hoe deze gemeente recht deed aan de gaven die God haar geschonken had.”

Van vaardigheden naar visie

Wijma (53) heeft deze zomer een punt gezet achter zijn werk bij het Steunpunt Gemeenteopbouw in de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). Hij werkte achttien jaar bij het steunpunt wat eerder het Gereformeerd Vormingswerk in Internaatsverband (GVI) heette en dat startte op het landgoed Soeslo bij Zwolle. Hij gaf cursussen, schreef studiemateriaal en adviseerde lokale kerken in het jeugd- en opbouwwerk. ,,Weet je waar in mijn begintijd vraag naar was? Naar een cursus gespreksvaardigheid voor ambtsdragers.” Het accent lag toen op het aanleren van vaardigheden, nu ligt de nadruk op visie en missie. Zijn laatste klus was het schrijven van modules voor het programma Serving the nxt generation, een bezinning op het jeugd- en jongerenwerk.

Kerkelijke verandering

In de periode dat hij kerkelijk opbouwwerker was, veranderden zijn kerken. De geïsoleerde positie van de jaren zeventig en tachtig werd opengebroken. Wijma roept de analyse van prof. dr. C.J. de Ruijter uit 2003 in herinnering, die de afgelopen jaren veel instemming kreeg: de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) vormden een veilige maar geïsoleerde tuinbouwkas, waarvan de afgelopen tien jaar de ramen zijn opengegaan. ,,Ja, er zelfs van afgebroken”, roept hij uit.

Hijzelf veranderde mee. ,,Ook ik vond het prettig dat in alle kerken, van Rotterdam tot Roodeschool, dezelfde bijbelvertaling werd gebruikt en dezelfde gezangen werden gezongen. Nu vind ik juist die verscheidenheid zo mooi. Er is in de lokale kerken zoveel eigenheid. Dat kan niet anders, als je recht wilt doen aan de gaven die God schenkt om in je eigen omgeving kerk van Christus te zijn.”

Jezus centraler

In de verandering die Wijma doormaakte, speelden boeken een belangrijke rol. Naast De farizeeër in de spiegel ook Deadline van Randy Alcorn en Jezus zoals ik Hem niet kende van Philip Yancey. En van recenter datum: Jutten van Reinier Sonneveld. Het waren overwegend boeken die van buiten de eigen vrijgemaakt-gereformeerde kring kwamen. In Wijma’s leven kwam Jezus veel centraler te staan. En ze openden hem de ogen voor vragen en onderwerpen waar hij zelf, van jongs af aan als christen opgegroeid, nooit zo bij stil had gestaan. Stellig: ,,Ik zie deze ontwikkeling als positief én noodzakelijk voor de kerken, waar traditionalisme en regelzucht een bedreiging vormen. Ik denk dat de Here ons een spiegel voorhoudt.”

De geboren Enschedeeër woont in Amersfoort in een modale tussenwoning aan een singel met een dure naam. Binnen ratelt een ventilator, op de bank kun je het beste links gaan zitten, de geel-bruin kurken vloer ligt er al zo’n dertig jaar. Deze zomer komt er parket, juist nu Wijma in zijn huis een praktijk voor coaching en supervisie gaat inrichten. In de krantenbak ligt het maandblad Vogels. Met de buurman die even langskomt praat Wijma over een van zijn hobby’s, vissen.

,,Vroeger gingen mijn vrouw Diny en ik met onze drie jongens weleens ’s morgens om vijf uur vissen. Dan maakten we mee dat het langzaamaan licht werd. Dat waren zulke intense momenten. Dat zijn stukjes in een mensenleven die aan de eeuwigheid doen denken.” Wijma pakt Deadline erbij en slaat het nawoord op, waar Alcorn de Britse denker C.S. Lewis citeert: ‘Omdat christenen vrijwel niet meer nadenken over het leven na de dood zijn ze in dit leven zo ineffectief geworden.’

Ontwikkeling en groei

Na een korte stilte: ,,Dat heeft me ontzettend aan het denken gezet. Ik dacht altijd dat de eeuwigheid veel zingen en lofprijzen voor Gods aangezicht betekende. Nu weet ik dat het leven op de nieuwe aarde toch op dit leven zal lijken: schrijven houdt nooit op, de ontwikkeling van muziek gaat altijd maar door, de kunst is nooit uitgeput… dat is al een soort eeuwigheid. We hebben er nog maar kleine stukjes van ontdekt.”

Nog zo’n ontdekking: Jesaja 28. ,,Ik heb even overwogen mijn praktijk zo te gaan noemen. Het gaat over de wijsheid van God en die van de boer. Daaruit blijkt dat God heel veel wijsheid in de schepping heeft gelegd, die wij mogen ontdekken. Dat ervaar ik in gesprekken met mensen, met gelovigen en niet-gelovigen. Ik heb van een niet-christen geleerd wat liefde betekent, een humanist heeft me geleerd hoe ik concreet invulling kon geven aan de liefde voor mijn kinderen. Zulke betekenisvolle ontmoetingen zie ik als een mogelijkheid die de Heilige Geest geeft om ons te ontwikkelen.”

Amersfoort De Horsten

Wijma vertelt enthousiast over zijn eigen gemeente, de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) Amersfoort-De Horsten. Daar is hij – met plezier – ambtsdrager. Een anekdote: ,,Toen ik voor het eerst ouderling werd voor een periode van vier jaar, zeiden ze: de eerste twee jaar investeer je, het jaar daarop begint het te lopen en het laatste jaar kun je oogsten. Ik vind dat een belemmerend uitgangspunt. Ik heb echt geen vier gesprekken nodig om contact te maken met mensen in mijn wijk. Dat lukt ook wel in één gesprek.”

De komende periode wil hij voor het werk in de gemeente een dag in de week uittrekken: hij gaat de kerkenraad bijstaan in haar functioneren (intervisie) en biedt zich aan als klankbord voor commissies en gemeenteleden.,,De vraag die mij op dit moment bezighoudt, is waarom God zijn kandelaar in de wijk De Horsten heeft geplaatst? Jongeren in onze gemeente zijn een werkgroep ‘Open Gemeente Zijn’ gestart. Dat paste goed bij ons jaarthema: Gods Woord is een lamp voor onze voet en een licht voor de stad. Er kwamen vriendendiensten uit voort, met een iets kortere preek, gebed en meer uitleg. Daar komen regelmatig belangstellenden op af, die zijn meegenomen door gemeenteleden.”Volgens hem groeit bij vrijgemaakt-gereformeerden de overtuiging dat ze een boodschap voor de wereld hebben.

Missionaire gemeente

Hij verlangt naar een gemeente die iedere zondag een paar uur de tijd neemt om God, elkaar en buitenkerkelijken te ontmoeten. Er zijn gemeenteleden die moeite hebben met een omslag van de gemeente naar een missionaire insteek. Die brengt onherroepelijk veranderingen met zich. Wijma. ,,Er zijn in onze gemeente wel mensen met zorg. En er is gelukkig ook veel gesprek. Ik moet vaak heel veel uitleggen. Dat hoort erbij. Veranderingsprocessen werken nu eenmaal zo: de meeste mensen moeten wel tien keer horen waarom een verandering nodig is, voordat ze het nut ervan inzien.’

Er zijn ook mensen die weggegaan omdat de veranderingen te langzaam gingen. ,,Dat is een aderlating. Ik geloof dat we de opdracht hebben ons met elkaar te verstaan. Als je zelf vindt dat je het licht hebt gezien en dat van een ander eist, bouwt dat niet op. Bij ons in de gemeente staan twee vragen centraal: gaat een verandering in tegen Gods wil, of gaat die in tegen de Bijbel? Is dat niet het geval, laten we het dan beproeven. Zo is de ‘gaande avondmaalsviering’ ingevoerd, kwam het kindermoment in de kerkdienst en zijn vriendendiensten gestart…”

Nederlands Dagblad, 20 juli 2006

Reacties zijn gesloten.