De Messias onder ons

Niet zo lang geleden hoorde ik het volgende verhaal. En ik moest denken aan wat dat zou betekenen voor mijn gemeente, Amersfoort – De Horsten, als wij zoals die kloosterorde in het verhaal waren:

“Er was eens een klooster dat het moeilijk had. Er waren maar vijf monniken overgebleven
en die waren allemaal ver boven de zeventig jaar. Het was duidelijk dat
de orde zou uitsterven. In de dichte bossen rond het klooster stond een hutje dat
regelmatig gebruikt werd door een rabbi uit de dichtstbijzijnde stad om daar een
dag of langer in alle rust na te denken en te mediteren. Toen de abt van het klooster
aan het piekeren was over het uitsterven van zijn orde, bedacht hij dat hij de rabbi
zou kunnen opzoeken en hem om advies vragen. Misschien wist de rabbi iets dat
het klooster zou kunnen redden. De rabbi verwelkomde de abt gastvrij in zijn hut.
Maar toen de abt hem het doel van zijn bezoek uitlegde, kon de rabbi hem slechts
beklagen. “Ik weet wat het is,” zei hij, “de geest is uit de mensen, het is in mijn
stad hetzelfde, bijna niemand komt meer naar de synagoge.” De abt en de oude
rabbi huilden samen. Toen lazen ze de Thora en spraken over diepe dingen. Het
werd tijd voor de abt om te vertrekken. Ze omarmden elkaar. “Het was heerlijk om
u te ontmoeten,” zei de abt. “Maar ik heb gefaald in het doel waarvoor ik kwam. Is
er toch niet iets, niet enig advies wat u me zou kunnen geven dat me zou kunnen
helpen om mijn stervende orde te bewaren?” “Nee, het spijt me zeer”, antwoordde
de rabbi, “ik heb geen enkel advies voor u. Het enige wat ik u kan zeggen is dat
de Messias onder U is.”
Toen de abt terug kwam in het klooster vroegen de monniken: “En, wat zei de rabbi?”
“Hij kon niet helpen”, antwoordde de abt, “we hebben samen gehuild en de
Thora gelezen. Het enige wat hij zei toen ik wegging was, dat de Messias onder ons
is. Ik weet niet wat hij bedoelde”. In de volgende dagen, weken en maanden
overpeinsden de monniken de mogelijke betekenis van de woorden van de rabbi.
“De Messias is onder ons”? Zou hij echt één van ons monniken hier in het klooster
bedoeld hebben? Als dat zo is, wie dan wel? Misschien de abt? Die is een generatie
lang onze leider geweest. Of, zou hij misschien broeder Thomas bedoeld kunnen
hebben? Iedereen weet dat Thomas een man van het licht is. Hij zou zeker niet
broeder Eldred bedoeld kunnen hebben. Eldred is vaak zo lastig. Hoewel, als je er
langer over nadenkt, dan heeft hij wel vaak gelijk. Misschien bedoelde de rabbi
toch wel Eldred. Het zal zeker niet broeder Philip zijn. Die is zo passief, je merkt
vaak niet eens dat hij er is. Hoewel, het valt op, dat hij er altijd is als je hem nodig
hebt. Misschien is Philip toch wel de Messias… Natuurlijk bedoelde de rabbi
niet mij. Ik ben zo gewoon. Toch…. Als hij mij nu eens bedoelde? Als ik de Messias
was? O God nee, ik toch niet. Zoveel zou ik toch niet voor U kunnen zijn?”
Terwijl ze dit alles zo bepeinsden, begonnen de oude monniken elkaar met meer
respect te behandelen, want één van hen zou immers de Messias zijn. Er kwamen
af en toe mensen op bezoek bij het klooster, om te wandelen in de tuin, om te
picknicken of om te mediteren in de oude kapel. Zonder dat ze zich ervan bewust
waren, werden ze getroffen door de sfeer van respect, die de vijf oude monniken
om zich heen verspreidden en die steeds meer de sfeer in en rond het klooster ging
bepalen. Er ging iets stralends, iets meeslepends van hen uit. De mensen kwamen
vaker terug om te wandelen, te spelen en om te bidden. Ze namen hun vrienden
en vriendinnen mee om hen deze speciale plaats te laten zien. En die vrienden
namen ook weer hun vrienden en vriendinnen mee. Er kwamen jongeren die met
de oude monniken wilden praten. Na enige tijd wilde een jongere in het klooster
zelfs intreden en na verloop van tijd nog één en nog één…
Na enkele jaren had het klooster weer een bloeiende orde en was, dankzij de boodschap van de rabbi, weer een stralend centrum van licht en spiritualiteit in het land.”

Een chassidische vertelling

Reacties zijn gesloten.